 |  |
Waar de school voor staat.
De oorsprong van de naam Dynamis is Grieks. In de Bijbel wordt die genoemd in Efese 1, waar staat, dat God de wereld draagt door Zijn kracht, oftewel dunamis. Door betrokkenheid slagen kinderen en volwassenen erin hun innerlijke energie, lees: dynamiek, efficiënt te gebruiken voor hun persoonlijke ontwikkeling. De school laat het onderwijs aansluiten bij die ontwikkeling en exploratiedrang van de kinderen. Dynamis is een oecumenische basisschool. Dat wil zeggen dat de school er in de eerste plaats is voor kinderen uit protestants-christelijke en rooms-katholieke gezinnen. Daarnaast wordt het oecumenisch onderwijs in Hoorn al vele jaren bezocht door kinderen uit gezinnen die zich minder en niet kerkelijk gebonden achten. Voor ons onderwijs blijft de oecumenische gedachte een richtsnoer om vanuit te werken. Het geeft het Christendom bewust een plaats binnen het onderwijs. Wij trachten de kinderen op te voeden in een oecumenische geest, in het besef van verbondenheid met elkaar, ondanks alle verschillen in geloofsbeleving. Dit komt tot uiting in zorg en liefde voor de medemens en voor de wereld, waarin wij leven. De school wil de kinderen duidelijk maken dat zij andere mensen nodig hebben. Hieruit volgt dat zij zich bewust worden van de overéénkomsten en verschillen die er bestaan en tot welk recht en onrecht die kunnen leiden. In ons godsdienstonderwijs, ook wel catechese genaamd, wordt aandacht besteed aan het omgaan met elkaar, respect hebben voor elkaar, vieren van christelijke feestdagen, bijbelverhalen en gebed. Het concept van de school.
Op Dynamis vinden wij het belangrijk dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Wij werken volgens uitgangspunten van het concept Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO). Als uitgangspunt van opvoeding en onderwijs zien wij emancipatie. Daarbij denken wij aan innerlijke vrijheid en stabiliteit, die mensen in staat stellen om zelfstandig en zelf verantwoordelijk te denken en te handelen in allerlei leefsituaties. Op die manier kunnen wij invloed uitoefenen op ons eigen bestaan en ons mede verantwoordelijk weten voor het bestaan en de kwaliteit van het bestaan van anderen. Om dat te bereiken is opvoeding en onderwijs nodig, zodat kinderen die kwaliteiten kunnen verwerven om die emancipatie te kunnen bereiken. Dit willen we bereiken door de ontwikkeling van een kind te zien als een ontwikkeling van een gehele persoon binnen activiteiten waar anderen, kinderen en volwassenen, bij betrokken zijn. In ons onderwijs letten we de hele schoolloopbaan op de volgende punten: heeft het kind zelfvertrouwen, denkt het positief over zichzelf is het kind onderzoekend, nieuwsgierig, ondernemend is het vrij van emotionele belemmeringen Dit noemen we de basiskenmerken. Niet elk kind beschikt over deze voorwaarden en als dit wel zo is, moet elke keer worden bekeken of het niet verandert. Vervolgens gaan we er vanuit dat de mogelijkheden, waarover kinderen beschikken, verder ontwikkeld kunnen worden. Deze ontwikkeling wordt door twee punten bepaald.
1. De eigen ontwikkelingskracht van het kind, waarbij het tegelijk afhankelijk is van de invloed van de omgeving, met name de volwassenen op school. Kinderen verschillen in ontwikkelingsmogelijkheden, ontwikkelingstempo en behoefte aan ondersteuning bij het leren. We laten leren en ontwikkelen zoveel mogelijk plaats vinden op basis van betekenisvolle activiteiten en zinvolle inhouden.
2. Door de sociaal-culturele omstandigheden, dus de maatschappij waarin we leven. Kinderen leren door deel te nemen aan deze maatschappij. Dit wordt bevorderd als leerkrachten zich opstellen als partner van kinderen en de activiteiten in het leerproces voor hun rekening nemen die kinderen nog niet zelfstandig kunnen. Bijvoorbeeld: Een kind in groep 2 wil bij zijn/haar tekening iets vertellen, maar kan nog niet schrijven. De leerkracht schrijft dan de door het kind voorgestelde tekst erbij. Ontwikkelen en leren in onze maatschappij gaan uit van interactie en communicatie. Wij laten het onderwijs zoveel mogelijk aansluiten bij de ontwikkeling van de kinderen. Om kinderen goed te volgen bij deze twee punten kijken we of ze: communiceren actief zijn en initiatieven nemen samen spelen en werken redeneren problemen kunnen oplossen zelfstandig zijn zelfsturing hebben creativiteit uiten voorstellingsvermogen ontwikkelen de wereld verkennen We noemen deze punten het terrein van de brede ontwikkeling. De verdere ontwikkeling hiervan gebeurt in combinatie met het verwerven van specifieke kennis en vaardigheden. | |
| |
|